Korte geschiedenis van het Haarlems Straatorkest door de ogen van een trouwe medestander

Het eerste wapenfeit van het Haarlems Straatorkest – toen nog Fanfare Aktie Straat Orkest– was de luidruchtige verstoring van een gemeenteraadsvergadering in Haarlem in 1987, waarbij leden van de Centrumdemocraten als gemeenteraadslid geïnstalleerd werden. ‘Fascisten in de raad; dat nooit!’ was de mening van de oprichters van het Haarlems Straatorkest. En: ‘Juist in een tijd waarin stelling nemen en actievoeren uit de mode zijn is het zaak om van je te laten horen.’ En zo gebeurde het.

Het Haarlems Straatorkest liet van zich horen bij de ‘Spektakelblokkade’ van het Shellgebouw aan het IJ tegen de sloop van villa ‘Berkenroode’ door een foute projectontwikkelaar. En het personeel van uitspanning ‘Kraantje Lek’ te Overveen werd muzikaal gekapitteld omdat het een vrouw die op het terras haar baby de borst gaf in verlegenheid had gebracht.

Maar ook internationaal blies het orkest haar partijtje mee. Het Haarlems Straatorkest was erbij toen op het Oude Stadsplein in Praag de ‘Praagse lente’ definitief was en overging in de ‘Praagse zomer’. Het Haarlems Straatorkest versierde de Gayparade van Parijs met muzikale kunststukjes en het orkest speelde tijdens muzikale manifestaties in Berlijn, Bradford en Brussel. Tijdens deze optredens in het buitenland werden warme banden gesmeed met gelijkgestemde orkesten uit het gastland. We noemen: Fanfare van de eerste Liefdesnacht (Amsterdam), Toos (Noord-Holland), Tegenwind (Utrecht), Kladderadatsch (Nijmegen), Eigen Hulp (Den Haag), Enkhuizer Straatorkest (Enkhuizen), Peace Artistes (Bradford), IG Blech (Berlijn), Schwartz-Rot-Atemgold (Dortmund) en Mona Lisa Klaxon (Parijs).

Legendarisch zijn inmiddels de twee ‘Straat O Sfeer’ festivals (10 en 15 jaar Haarlems Straatorkest) die onder meer werden opgeluisterd door bovengenoemde orkesten. Voor het vijftienjarige bestaan componeerde de bekende musicus Egon Kracht speciaal voor het Haarlems Straatorkest een stuk voor blaasorkest en carillon dat op de Haarlemse Grote Markt ten gehore werd gebracht; een unicum in de muziekgeschiedenis.

Er is meerdere malen discussie gevoerd in het orkest over de vraag: ‘zijn wij een strijdorkest dat aan politiek doet of zijn wij een swingend straatorkest dat regelmatig voor een goede actie of een goed doel spelen niet schuwt?’ Dat laatste is het geworden. Voor de muzikale ontwikkeling schaarde het Haarlems Straatorkest zich steeds weer onder de vleugels van professionele dirigenten en arrangeurs. En ook de presentatie werd door de orkestleden zelf door het inbrengen van theatrale elementen en feestelijke kleding omgetoverd tot een boeiend geheel. Niet alleen altijd weer een verrassing om naar te luisteren, maar ook een genot voor het oog. Het speelplezier spettert eraf.

Zo werd het Haarlems Straatorkest van een los-vast clubje wereldverbeteraars tot een hechte groep muzikanten met een gemeenschappelijk doel: verrassende, feestelijke muziek maken die raakt, roert en beweegt.

Dat lukt met het klimmen der jaren steeds beter.

Haarlem, 1 juli 2007
Ruud Mol